Contact

Meer informatie over het programma Huren met Energie:

‘Corporaties hebben te weinig aandacht voor interne organisatie van opdrachtgeverschap’

21 oktober 2015

Alleen de aanbestedingsprocedures veranderen is niet voldoende. Corporaties die hun opdrachtgeverschap willen professionaliseren moeten ook de eigen organisatie hierop inrichten, ook al is dat soms een pijnlijk proces. Dat vindt Marleen Hermans, hoogleraar publiek opdrachtgeverschap aan de TU Delft.

Waarom is het voor corporaties noodzakelijk om de eigen
organisatie aan te passen?

“Mensen die gewend zijn om op basis van een bestek heel gedetailleerd voor te schrijven wat de aannemer moet doen, schakelen niet zomaar om naar op hoofdlijnen een vraag formuleren om vervolgens op afstand te blijven. Oude rollen verdwijnen, en er komen deels nieuwe rollen voor in de plaats. Het maken van zo’n cultuurverandering is lastig, soms zelfs pijnlijk. In de praktijk zie je daarom dat corporaties dit niet of onvoldoende doen. Individuele medewerkers gaan bijvoorbeeld heel enthousiast met professionalisering aan de slag, terwijl er in de rest van de organisatie weinig tot niets verandert. Of bestuurders geven tegenstrijdige signalen af door te zeggen: ‘Alles moet anders, maar ik wil zelf wel maximale controle’. Beweegt de organisatie onvoldoende mee, dan is de kans groot dat het professionaliseringstraject niet leidt tot een beter product of efficiëntere samenwerking met de markt.”

Is het echt noodzakelijk om het opdrachtgeverschap te professionaliseren? Als je prettig werkt op basis van een bestek, is dat toch ook goed?

“Vanuit de samenleving en de politiek is er sinds de derivatenaffaire bij Vestia en de parlementaire enquête naar de misstanden in de sector veel druk op corporaties om efficiënter te werken. Een deel van de oplossing zit mogelijkerwijs in een andere wijze van samenwerking met de markt. Daar zijn verschillende corporaties dus ook hard mee bezig. Daarnaast zijn er sinds de eeuwwisseling nieuwe contractvormen ontstaan die het mogelijk maken om het bouwbedrijfsleven af te rekenen op daadwerkelijk geleverde prestaties, zoals de energieprestaties van de woning of een snelle, foutloze levering. Dat biedt kansen.”

U bedoelt contracten waarin bouwers de ruimte krijgen om de uitvoering van bijvoorbeeld renovatieprojecten grotendeels zelf in te vullen?

“Ja. En dan denk ik niet dat het verstandig is als corporaties de ‘Design Build Finance and Maintain’ (DBFM) contracten overnemen, die nu door de Rijksoverheid bij grote complexe projecten worden gebruikt. Dat zou heel onverstandig zijn. De meeste corporaties èn hun projecten zijn niet zo groot dat die contracten voor hen geschikt zijn. Bovendien is het door de huidige economische omstandigheden voor marktpartijen veel lastiger geworden om financiering te organiseren.

Het blijft wèl interessant om DBFM-contracten te gebruiken als inspiratiebron voor het opstellen van contracten waarin het bouwbedrijfsleven een kwaliteitsprikkel krijgt of waarbij in co-creatie woningen of renovatieprojecten worden ontwikkeld en gebouwd, maar dan in een op corporaties toegesneden vorm. Wat dat betreft zou het interessant zijn als middelgrote en kleine corporaties op dit gebied met elkaar samenwerken binnen een soort kenniscentrum. Op die manier krijgen zij de schaal die nodig is om de voor dergelijke contracten vereiste kennis en ervaring te ontwikkelen en te delen.”

Kunnen de middelgrote en kleine bouwondernemingen (MKB) waarmee corporaties vaak samenwerken dat dan wel?

“Zeker. Werk je samen op basis van co-creatie of een integraal contract, dan moet het wat betreft omvang, cultuur en werkwijze passen. Juist het wat kleinere bouwbedrijfsleven heeft een vrij sterke, lokaal georiënteerde servicegerichtheid, een belangrijke voorwaarde voor prestatie gestuurde contracten. Wat dat betreft sluiten middelgrote corporaties, het grootste deel van de markt, goed aan bij lokale bouwondernemingen.

We zien overigens ook nieuwe toetreders op de markt verschijnen, die niet uit de bouwsector komen, zoals facilitair dienstverleners, maar ook unitbouwers en bedrijven uit de inbouwmarkt. Die aanbieders hebben zelf bijvoorbeeld een modulair bouwsysteem of standaard renovatiepakket ontwikkeld waarmee ze heel snel de vraag van de opdrachtgever in kunnen vullen. Voor traditionele bouwers, die vaak net als corporaties worstelen met de noodzakelijke cultuuromslag, is dat een behoorlijke bedreiging. Het verbaast me een beetje dat leveranciers van buiten de sector die innovatie concepten aanbieden, nog een relatief klein marktaandeel hebben.”






Volg Huren met Energie op twitter