Contact

Meer informatie over het programma Huren met Energie:

Anouk Corèl

Anouk Corèl

Senior projectleider

06 83 17 14 95

Duurzame warmtenetten

Hoe werkt een warmtenet?

Een hoofdwarmtebron levert warmte op een bepaalde temperatuur, soms is dat zelfs 110 °C op een aanvoerleiding met water. Pompen zorgen voor transport van het verwarmde water door ondergrondse leidingen naar de afnemers en hulpketels voor een back-up bij problemen in de hoofdwarmtebron(nen) of voor een extra warmteaanbod bij koud weer. Mogelijke afnemers zijn: woningen, utiliteitsbouw (kantoren, zwembaden etc.) en kassen.

warmtenetten

Temperatuurwarmtenet

Type warmtenetten

De belangrijkste verschillen tussen de typen warmtenetten hebben te maken met temperatuur, schaal en duurzaamheid.

Het temperatuurniveau varieert van:

  • hoge aanvoertemperaturen van circa 90 °C met afvoertemperatuur van 70 °C afvoer: veel toegepast in bestaande bouw, warm tapwater direct beschikbaar;
  • midden-temperatuur van 70 °C aanvoer en 50 °C afvoer: vrijwel altijd toegepast bij nieuwbouw, warm tapwater direct beschikbaar;
  • lage temperatuur van 40-45 °C aanvoer en 25 °C afvoer: nog vrijwel nergens toegepast, innovatief, voor warm tapwater vorm van naverwarming nodig;
  • zeer lage temperatuur van 10-25 °C aanvoer en 6-15°C afvoer: veel toegepast bij bijvoorbeeld warmte-koude-opslag-systemen.

Schaal warmtenet

De schaal kan variëren van heel klein tot heel groot: binnen een gebouw, van twee woningen op een CV-ketel tot flat tot zelfs enkele gebouwen (Poptahof Delft), een wijk (Den Haag Ypenburg), een stad (bijv. Purmerend) en een regio (Rotterdam). Bij een kleine schaal kan maatwerk worden geleverd en is de lokale betrokkenheid hoger. Een klein warmtenet kan het startpunt zijn voor groter warmtenet (‘kralen rijgen’). Een net op grote schaal heeft het voordeel dat er meerdere warmtebronnen tegelijk op passen en er ook meerdere leveranciers kunnen zijn. Wel heeft een groot warmtenet meer verlies door de langere transportleidingen.

Duurzaamheid warmtenet

De duurzaamheid van warmtenetten is afhankelijk van de duurzaamheid van de warmtebronnen. Dit kan sterk verschillen van niet duurzaam (gas- en kolencentrales die meestal een derving van elektriciteit hebben en dus elders voor fossiel energiegebruik zorgen), via verbranding van afval of hout (deels duurzaam) tot vrijwel/geheel duurzaam (geothermische bronnen). De duurzaamheid van een warmtenet wordt in het algemeen uitgedrukt in een equivalent opwekkingsrendement (EOR). Dat is de kwaliteitsverklaring voor het héle betreffende warmtenet. Het EOR is vergelijkbaar met het rendement van een CV-ketel op gas. De EOR’s variëren zeer sterk. Er zijn warmtenetten met een lage EOR (In Utrecht is de prestatie op dit moment iets beter dan een CV-ketel op aardgas) en warmtenetten met een zeer hoge EOR (in Alkmaar is er nauwelijks fossiel energiegebruik). De toerekening van specifieke bronnen aan specifieke afnemers (via Garanties van Oorsprong) staat bij warmtenetten nog in de kinderschoenen. Bij groene elektriciteit en groengas is dit al heel normaal.

Nul-op-de-Meter-renovaties met warmtenetten

Bij NOM-renovaties wordt de vraag naar ruimteverwarming beperkt tot maximaal 50 kWh/m2/jr). Dit is vergelijkbaar met de warmtevraag volgens het principe ‘all-electric’. De woning heeft voldoende aan een aanvoertemperatuur in het warmtenet van maximaal 70 graden, liefst nog lager. Op het moment dat er nog geen warmteaansluiting is, is de eenmalige prijs hiervan gelijk aan de investering in ‘all-electric’. De duurzaamheid is op jaarbasis 100 procent. Er is dus toerekening van duurzame warmte noodzakelijk (nieuwbouw binnen maximaal 5 jaar). De exploitatieduur bedraagt minimaal 25 jaar. Het eindrapport vindt u op de website van Stroomversnelling.

Businesscase warmtenet

Bij de businesscase voor huurwoningen zijn er drie verschillende perspectieven:

  • bewoner (rekening: vastrecht, warmte, overig);
  • woningcorporatie (bijdrage aansluitingskosten, onderhoud en overige kosten);
  • warmtebedrijf (resterende kosten aansluiting, marge warmtelevering).

Het is belangrijk om te bepalen wat het alternatief is voor een warmteaansluiting. De aansluiting wordt daarmee vergeleken op de onderstaande punten:

  • Individueel of collectief (hoogbouw);
  • De warmterekening voor de bewoner;
  • Het beschikbaar bedrag voor de bijdrage aansluitingskosten;
  • Het onderhoudsbudget (MJOP);
  • Duurzaamheid van de warmte;
  • Kookgas wel of niet handhaven.

Belangrijk is altijd om te bekijken of vraagbeperking mogelijk is (isolatie met eventuele warmteterugwinning). De mate van na-isolatie bepaalt sterk het benodigde temperatuurniveau dat het warmtenet moet leveren (hoe meer isolatie, hoe lager de temperatuur kan zijn).

Kansen en risico’s warmtenet-aansluiting

Kansen:

  • Er zijn minder woning-/gebouwaanpassingen nodig om een verduurzamingslag te maken;
  • Hoogbouw heeft relatief weinig dak- en geveloppervlak voor de plaatsing van zonnepanelen. Warmtenetten vormen een goede toevoeging;
  • Mogelijkheid om gebruik te maken van warmtebronnen zoals (industriële) restwarmte, geothermie en biomassa die op woning- of gebouwniveau niet rendabel of wenselijk zijn.

Risico’s

  • Aanbieders hebben soms een monopolistische houding (prijzen, voorwaarden);
  • De duurzaamheid van een warmtenet is afhankelijk van de (tijdige verhoging van de) duurzaamheid van de bronnen en de optredende warmteverliezen;
  • De lange exploitatietermijn beperkt de mogelijkheden om later (snelle) techniek-innovatie op woning-/gebouwniveau te benutten.

Een warmtenet is een netwerk van leidingen, waardoor warm water stroomt, afkomstig van een warmtebron in de buurt. Warmtenetten zijn er in soorten en maten. Jeroen Roos van Infinitus Energy Solutions geeft er regelmatig presentaties over. Als energieadviseur is hij bij meerdere projecten betrokken rondom verduurzaming van de verwarmingsbehoefte, inclusief levering van duurzame warmte via warmtenetten.



Volg Huren met Energie op twitter