Lerend op weg naar CO2-neutraal

Afgelopen tijd werkte woningcorporatie Accolade samen met haar huurdersbelangenverenigingen hard aan het vormgeven van hun duurzaamheidsbeleid. Dankzij onder meer de bijdrage van medewerkers uit verschillende disciplines en het klankbord van EnergieAmbassadeur Charlie Kock, zorgde een werkgroep afgelopen tijd voor mooie stappen in dat beleid. Daarover vertelt Fred Hesselink, directieadviseur bij Accolade en voorzitter van de werkgroep. “Ons uitgangspunt is om gewoon aan de slag te gaan, al doende kom je erachter of dingen slim zijn. Daar leer je van.”

“Maak een plan voor Accolade om de woningvoorraad CO2-neutraal (of energieneutraal) te krijgen in 2040”. Met die opdracht ging directieadviseur Fred Hesselink, samen met collega’s vanuit diverse disciplines en EnergieAmbassadeur Charlie Kock, aan de slag. “Accolade wil graag die duurzaamheidsslag maken in haar woningvoorraad, maar ook als organisatie”, vertelt Hesselink. “Om twee redenen. De eerste noem ik het groene deel, het behoud van de aarde. De tweede is het beheersen van de woonlasten; het zorgen voor betaalbaarheid. Daarnaast heeft Accolade een aantal jaar geleden ook ‘The Natural Step’ gedachte omarmd. Daarmee kijken we verder dan alleen het verduurzamen van de woning, maar denken we na over hoe we daarvoor zorgen. Is dat proces ook duurzaam? Welke materialen gebruiken we? En laten we groen ook groen? Dat betekent geen bomen of tuintjes vervangen door stenen of asfalt. Met die opdracht en die gedachten zijn we met een werkgroep aan de slag gegaan.”

Al doende leert men

“Met onze werkgroep kijken we nu vooral naar de energie van de woningen”, zegt Hesselink. “Onze werkgroep bestaat uit collega’s vanuit verschillende disciplines; vastgoed, financiën, strategisch voorraadbeleid en onze asset-manager. En ook EnergieAmbassadeur Charlie is aangeschoven. Met deze groep bekijken we hoe we ervoor zorgen dat Accolade in 2040 energieneutraal is. Met als belangrijkste doel: CO2-reductie, of CO2-uitstoot beperken. Maar wat is daarin dan de beste aanpak? Welke maatregelen zouden we dan kunnen nemen? We bekijken dat ook per type woning. Want als een woning bijvoorbeeld heel oud is, is het dan nog wel slim om daarin te investeren? Het gaat allemaal gepaard met forse investeringen dus daar moeten we wat slims voor bedenken.”

Hesselink: “Met de werkgroep bekijken we dus, in hoofdlijnen, welke maatregelen zijn er en voor welk type woningen zouden die geschikt zijn?” Ze hebben toen besloten om gewoon te beginnen en het beleid stapsgewijs en dynamisch vorm te geven. En te denken: al doende leert men. “Dat moet wel denk ik”, benadrukt Hesselink, “want 2040 is nog zo ver weg en dat kan verlammend werken. Je wilt het goed doen en zorgvuldige keuzes maken. Maar er kan ook zoveel veranderen de komende jaren. Als er weer een economische crisis is dan is er misschien helemaal geen geld meer beschikbaar voor duurzaamheidsdoelstellingen. Het lukt dus niet om zo ver vooruit te kijken. Dus wij hebben ervoor gekozen om toe te werken naar de stip op de horizon, maar daar wel heel praktisch invulling aan te geven. En dus vooral te beginnen met doen. We nemen de volgende vier jaar maatregelen waarvan we nu denken dat die goed zijn. En dan leren we wel of dat ook zo was. Uiteraard kijken we wel goed naar de maatregelen die we dan nemen. En realiseren ons dat de mogelijkheden om te verduurzamen zich in snel tempo ontwikkelen. We willen no-regret-maatregelen. Je wilt voorkomen dat je iets aanpast en daar over 3-4 jaar weer iets moet doen. Dat zijn desinvesteringen en die wil je niet doen. We kijken daarom ook goed wanneer we een woning aanpakken en of we dit kunnen borgen in bestaande processen. Het zoveel mogelijk in regulier onderhoud meenemen bijvoorbeeld.”

Klankbord

Dat klinkt eenvoudig en overzichtelijk. Maar de werkelijke balans, tussen zorgvuldigheid en snelheid bijvoorbeeld, is soms lastiger te bepalen. En wat zijn de goeie dingen? Bovendien hebben de deelnemers aan de werkgroep ook nog hun reguliere werk, zij kunnen niet altijd overzien wat er allemaal speelt. “We merkten dat we met dit soort dingen worstelden”, vertelt Hesselink. “Zijn we goed bezig, wat speelt er allemaal, waar zijn andere corporaties mee bezig? Voor je het weet ben je het wiel opnieuw aan het uitvinden. En eigenlijk worstelt elke corporatie met hetzelfde. De een is wat verder dan de ander. Maar we hebben allemaal dezelfde opdracht te vervullen. Wij waren daarom ook erg blij met de begeleiding van EnergieAmbassadeur Charlie. Hij was voor ons een klankbord. Hij weet goed wat er allemaal speelt op dit gebied en wat er allemaal bij anderen speelt. Met hem konden we toetsen: zijn we met de goede dingen bezig? Hebben we onze scope breed genoeg? Wat is er buiten Accolade nog meer ontwikkeld? En kunnen we daar op meeliften? Wij waren daar heel blij mee, het is heel goed om het op die manier te doen en dat heeft absoluut toegevoegde waarde.”

Huurders betrekken

Op deze manier zette de werkgroep de eerste lijnen en stappen in het duurzaamheidsbeleid. En op dit moment zijn ze bezig om daar ook concretere invulling aan te geven. Hesselink: “We hebben ervoor gekozen om daar de huurdersverenigingen al in een vroege fase bij te betrekken. In eerdere aanpakken bedachten wij het beleid, deden een adviesaanvraag en huurdersverenigingen konden daarop reageren. In dit traject zijn we veel meer aan de slag gegaan met co-creatie; de huurdersbelangenverenigingen zaten al direct aan tafel. We doen dit voor het eerst op deze manier en dat maakt het wel spannend. Hoe kijkt een huurder naar onze ideeënn? De discussie over woonlasten kan bijvoorbeeld spannend worden. Wat betekent het nou voor de huurders, wie betaalt dit? Wij willen beheersbare woonlasten, maar misschien willen huurders wel een enorme besparing. Maar tot nu toe blijkt het waardevol, om het op deze manier te doen. De verwachting is natuurlijk dat huurders straks snappen wat onze gedachtegang is, en het daarom beter snappen dan wanneer er een kant-en-klaar advies ligt. En misschien duurt de weg er naartoe wat langer, maar verder in het proces win je weer tijd, ga ik vanuit, vanwege het draagvlak dat er dan al is.”

De werkgroep maakt de komende tijd het beleid, samen met de huurders, af. Daarna komt de implementatiefase. “De werkgroep krijgt dan waarschijnlijk wel een andere rol”, vult Hesselink aan. “We kijken dan bijvoorbeeld meer naar de borging, bewaken dat we doen wat we hebben bedacht. En zorgen dat we daar ook van blijven leren. Wij weten waar het vandaan komt. Het is ook niet voor niets dat al die disciplines met elkaar om tafel zaten. Die leveren een belangrijke bijdrage aan de beleidsontwikkeling, versterken elkaar. We hebben straks in de implementatiefase ook zicht op hoe het gaat, wat goed gaat en waar we bij moeten sturen. Samen zijn we op die manier lerend op weg naar een energieneutrale woningvoorraad in 2040.”

Achtergrond

De afgelopen jaren gingen woningcorporaties intensief aan de slag met duurzaamheidsopgaven. Veel corporaties kregen daarbij ondersteuning vanuit het programma Huren met Energie. Samen met een aantal corporaties en de EnergieAmbassadeurs kijken we terug op de inspanningen en behaalde resultaten op hun weg naar een CO2-neutrale toekomst. Hierover publiceren we korte interviews op Huren met Energie. Begin 2018 publiceren we een bundeling van deze ervaringen.

Contact

Meer informatie over het programma Huren met Energie:

fred hesselink
Fred Hesselink